
1. Inleiding
Samen een goed begin!
De gemeente Stichtse Vecht gaat van start. De ChristenUnie-SGP wil samen met u een goed begin maken! Juist in moeilijke tijden willen wij als christelijke politieke partijen de handen uit de mouwen steken en ons inzetten voor u en voor onze gemeente. Dat doen we vanuit onze persoonlijke betrokkenheid bij onze samenleving en vanuit onze christelijke overtuiging.
De ChristenUnie-SGP heeft oog voor mensen, hun welbevinden en hun plaats binnen de samenleving. Niemand leeft voor zichzelf alleen en niemand mag aan eigen lot worden overgelaten. We geloven dat mensen tot bloei komen als ze zich voor elkaar verantwoordelijk weten en zorg dragen voor elkaar. We zetten ons daarom in om langs politieke weg onmenselijke situaties van armoede, eenzaamheid en verslaving tegen te gaan en te voorkomen. De ChristenUnie-SGP wil alles doen wat in haar vermogen ligt om mensen tot hun recht te laten komen. Dat kunnen we niet alleen.
Als inwoners van een nieuwe gemeente zijn we geen losse individuen die met de rug naar elkaar toe staan. We functioneren allen in verschillende samenlevingsverbanden en zijn daarbinnen op verschillende manieren op elkaar aangewezen. De ChristenUnie-SGP wil daarom ruim baan geven aan deze verbanden waarin zorg en verantwoordelijkheid opbloeien. Gezinnen, scholen, kerken, bedrijven en verenigingen van velerlei aard vormen de basis van de samenleving. Daarin wil de ChristenUnie-SGP investeren.
Religieuze en culturele verschillen kunnen in de praktijk het samenleven bemoeilijken. Maar het is onze overtuiging dat diversiteit de gemeenschap ook kan versterken, mits mensen elkaar de ruimte geven en reële verschillen respecteren. Wij willen ons inzetten voor de vrijheid van godsdienst en ons vooral inzetten voor een royale naleving op gemeentelijk niveau van de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van onderwijs.
Eerbied voor Gods schepping vereist een goede balans van zorg tussen mens en natuur. Vanuit deze overtuiging zetten we ons in voor een duurzame economische ontwikkeling, met niet aflatende aandacht voor de betekenis van landschap en milieu.
Het is een belangrijke taak van de gemeente criminaliteit en overlast tegen te gaan. Met elkaar kunnen we iets doen tegen ongewenst gedrag op straat en vervuiling van onze leefomgeving.
Echter, de overheid kan niet alles alleen oplossen. Overheid en samenleving hebben elkaar nodig. Samen kunnen zij iets moois maken van onze gemeente. Wij zullen daar alles aan doen. De ChristenUnie-SGP weet zich gebonden aan de Bijbel als richtsnoer voor haar handelen en dat geldt ook voor de gemeentelijke overheid. Zij beseft dat de bloei van onze gemeente afhangt van de zegen van God.
We zien uit naar de komende drie jaar en rekenen op uw steun!
Terug naar begin
2. Samen met een dienstbare overheid
Bij de gemeenteraadsverkiezingen mag u als burger uw lokale vertegenwoordigers kiezen. U bepaalt de samenstelling van de gemeenteraad. Deze gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders gaat de gemeente besturen. De gemeenteraad stelt daarvoor vooraf de kaders vast en controleert achteraf de uitvoering. College en raad hebben dus eigen verantwoordelijkheden, maar zijn samen verantwoordelijk voor het bestuur van onze gemeente. Wat hen dient te verbinden is de zorg voor het algemeen belang en het welzijn van de dorpsgemeenschappen.
De bestuursperiode van 2011 tot 2014 kenmerkt zich net als de afgelopen periode door een groeiende verantwoordelijkheid van gemeenten. De afgelopen jaren zijn allerlei taken gedecentraliseerd (overgedragen van het Rijk naar de gemeenten), bijvoorbeeld op het gebied van werk, bijstand, inburgering, zorg en welzijn. De gemeente wordt steeds meer gezien als de overheid waar het beleid begint en waar zelfstandig taken worden uitgevoerd. De ‘eerste overheid’ wordt het ook wel genoemd. Stichtse Vecht staat voor de uitdaging deze versterkte positie om te zetten in resultaat. Dat vraagt om visie en bestuurskracht, om een betrouwbare en daadkrachtige overheid.
De gemeente is ook een dienstbare overheid voor en bondgenoot van de samenleving. Dat betekent niet mensen overmatig verzorgen of betuttelen. Het betekent wel zoveel mogelijk verantwoordelijkheden in de samenleving laten of daarheen terug brengen. Het betekent tenminste verantwoordelijkheden delen met partners in de samenleving. De gemeente ondersteunt hierbij, faciliteert en stelt grenzen waar nodig. Op deze manier draagt de overheid bij aan een bloeiende samenleving.
Een dienstbare overheid vraagt om dienstbare raadsleden, wethouders, burgemeester en ambtenaren. De ChristenUnie-SGP wil dat deze gemeentelijke organisatie zoveel mogelijk via één loket open, transparant, service- en klantgericht handelt. De ChristenUnie-SGP staat dicht bij de burger en stelt daarom wijken en kernen centraal. ChristenUnie-SGP-politici willen betrouwbaar zijn en- waar mogelijk- open en transparant hun afwegingen maken. Dienstbaarheid is noodzakelijk en niet alleen gericht op burgers (niet alleen maar ‘u vraagt, wij draaien’). Het is ook dienstbaarheid aan het algemeen belang en aan de publieke gerechtigheid. Daarin heeft de overheid ook een duidelijke eigen verantwoordelijkheid.
De nieuwe gemeente Stichtse Vecht verdient een goede en doelmatige huisvesting voor de ambtelijke organisatie. Daarbij kiezen we voor een centrale huisvesting. Bij de beoordeling van de locatie vooreen nieuw gemeentehuis zal de ChristenUnie-SGP onder andere de volgende criteria hanteren:
- Bereikbaarheid voor inwoners en personeel (openbaar vervoer, auto en fiets).
- Uitstraling van de locatie, veiligheid en parkeren.
- Duurzaamheid (materialen en energiegebruik).
- Een gebouw met een eigen, herkenbaar karakter.
- Een snelle realisatie om de voordelen van centrale huisvesting eerder te benutten.
In de volgende paragrafen informeren wij u over onze zienswijze op de rol van de gemeente, veiligheid en financiën voor de komende jaren.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
2.1 Rol van gemeente
Trends en ontwikkelingen
In verhouding tot de landelijke en provinciale overheid wordt de positie van de gemeente steeds belangrijker. Het Rijk en de provincies decentraliseren steeds meer taken naar het lokale niveau. Die vele en vaak nieuwe taken vragen om een goed toegeruste ambtelijke organisatie en een efficiënte uitvoering.
De gemeente moet kunnen aantonen dat zij in staat is tot effectief en efficiënt handelen. Periodieke onderzoeken naar de bestuurskracht en onderlinge vergelijking van gemeenten worden steeds vaker ingezet. Daarbij wordt overigens wel eens vergeten dat niet alles in cijfers valt uit te drukken.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Met de eerder genoemde decentralisatie komen steeds meer taken terecht bij de gemeente. Dat past bij de visie van de ChristenUnie-SGP. De gemeente staat immers het dichtst bij de burger; en voor zaken die bij uitstek de burger raken is dit het beste niveau voor uitvoering en verantwoording. Het Rijk moet hiervoor echter ook voldoende middelen geven.
De gemeente heeft haar eigen set van taken, waarop zij greep moet kunnen houden. Door schaalvergroting en intergemeentelijke bestuursvormen zien wij vaak de verantwoordelijkheden vertroebelen. Ook herkennen burgers zich vaak niet meer in hun bestuur. De ChristenUnie-SGP waardeert en hecht waarde aan het eigene van de lokale gemeenschappen. Daarom wil de ChristenUnie-SGP ook serieus kijken naar mogelijkheden om wijken, kernen en dorpen meer eigen verantwoordelijkheden te geven. Tegelijkertijd zoekt de ChristenUnie-SGP altijd constructieve samenwerking met omliggende gemeenten, de regio en de provincie.
Binnen de lokale overheid zien wij een veranderende rol van de burgemeester, als zelfstandig bestuurder. De bevoegdheden zijn groot en in de loop der tijd verruimd. Zo is de burgemeester lid van het regionaal College (politie), de lokale driehoek en de veiligheidsregio. Ook kan de burgemeester tijdelijke huisverboden en gedwongen opvoedingsondersteuning opleggen. Verantwoordelijkheid impliceert verantwoordingsplicht aan een democratisch gelegitimeerd orgaan. Hieraan ontbreekt het maar al te vaak. De ChristenUnie-SGP wil hierin verandering brengen.
Concrete uitwerking
- Inspraak en interactieve beleidsvorming vragen om een helder beleid. Het is belangrijk burgers in een vroeg stadium te betrekken en te activeren. Een dienstbare overheid neemt de gevoelens van de kiezer serieus, zonder te vervallen in een ‘u vraagt, wij draaien’-mentaliteit.
- De gemeente nodigt bezwaarmakers uit om in een gesprek de bezwaren verder toe te lichten. De bedoeling is om tot een oplossing te komen, zonder dat de bezwaarmaker zijn rechten verliest. Zonodig krijgen ambtenaren bijscholing in bemiddeling.
- Periodieke onderzoeken naar de klanttevredenheid zijn een belangrijk instrument om de dienstverlening te meten en te verbeteren. Deze mogen geen puur technische vergelijking met andere gemeenten (‘benchmark’) opleveren, maar dienen veeleer uitdrukking te geven aan de ‘coulour locale’ en de mening van de betrokkenen (burger en ondernemer).
- Wij willen helderheid bieden aan de burger. Hoe staat het met het vereenvoudigen van processen en met de deregulering? Wij maken zichtbaar wat de burger van ons kan verwachten met servicenormen en een burgerhandvest. Wij opteren voor een ambtelijke organisatie, gemaakt voor de burger / ondernemer en ingericht vanuit de ‘één loket’-gedachte.
- Een meldpunt overbodige regelgeving vraagt verdere aandacht.
- Het Meldpunt Dagelijks Beheer is 24 uur bereikbaar voor klachten, zonodig door in te kunnen spreken op een antwoordapparaat en Internet.
- Wij willen een duidelijke samenwerking tussen Raad en College. Samenwerken vraagt helder inzicht in de eigen rollen en de bereidheid de ander de ruimte te geven. Dat de raad zijn kaderstellende (startnoties maken), volksvertegenwoordigende (de wijkschouw, vergadervormen die aansluiten bij de burgers e.d.) en controlerende rollen versterkt, zal worden gestimuleerd.
- De gemeente Stichtse Vecht bestaat uit 12 kernen, die in aard en omvang heel verschillend zijn. De eigenheid van de kernen moet gewaarborgd blijven. Dit vraagt om een actief kernenbeleid, waarbij per kern een wethouder direct aanspreekbaar is.
- De gemeente ontwikkelt een duidelijke visie op samenwerking met andere gemeenten, Bestuur Regio Utrecht en de provincie.
- De ChristenUnie-SGP steunt de inwoners van het weidegebied ten westen van de A2 bij hun voorkeur voor herindeling met andere dorpen die beter bij hun eigenheid aansluiten.
- De ChristenUnie-SGP onderkent de belangrijke rol van representatieve wijk-/dorpsraden. Deze zijn voor de gemeente van grote waarde en vormen een belangrijke verbinding met de inwoners uit de wijken en kernen.
- Een gemeentelijke overheid moet controleerbaar en integer zijn. Dat vraagt voortdurende aandacht en onderhoud (bijv. trainingen).
- Burgemeester en college dienen ter zake van hun inzet bij gemeenschappelijke regelingen, in het regionaal college (politie), de driehoek en de veiligheidsregio verantwoording af te leggen.
- De ChristenUnie-SGP wenst een sobere overheid die ruimte geeft aan het particuliere initiatief.
- De inzet op maatschappelijk terrein buiten de gemeentegrenzen is slechts bij uitzondering een zaak van de gemeente. Stedenbanden worden alleen aangegaan bij aantoonbare meerwaarde voor alle betrokkenen.
- De gemeente bevordert het behalen van de millenniumdoelen zonder te vervallen in bemoeizucht. De gemeente stimuleert het particulier initiatief tot leniging van de nood in de Derde Wereld.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
2.2 Veiligheid
Trends en ontwikkelingen
Integraal veiligheidsbeleid krijgt tegenwoordig meer aandacht. Denk aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen, de Handreiking Veilig Uitgaan, het Keurmerk Veilig Ondernemen, de Veiligheid-effectrap-portage en BIBOB; ook de aansluiting bij de veiligheidsregio’s is hiervan een goed voorbeeld.
In toenemende mate staat het gedoogbeleid met betrekking tot coffeeshops onder druk. De enorme betrokkenheid van de criminele sector bij de drugshandel wordt steeds duidelijker. Hetzelfde geldt voor de criminele overlast van deze drugshandel. De reactie daarop is niet eenduidig. Enerzijds is er een stroming voor sluiting van de coffeeshops, terwijl een andere stroming de coffeeshops legaal wil bevoorraden, bijv. door een gemeentelijke wietplantage.
Het beleid van de politie is steeds meer gericht op het behalen van doelstellingen en de landelijk en lokaal aangedragen aandachtspunten. Een onrustige wijk krijgt daardoor extra aandacht, maar zodra de onrust weg is, is ook de extra aandacht weg. Structurele aandacht voor een dergelijke wijk en preventieve aanpak van de problemen moet dan vanuit de gemeente komen.
De inzet van particuliere beveiligingsbedrijven neemt toe. Er is een neiging deze bedrijven ook in te zetten in probleemwijken, vooral in het geval van een capaciteits- of prioriteitsprobleem bij de politie. De mate van veiligheid is een subjectief gegeven. Toch verschijnen er steeds vaker veiligheidsmonitors met kengetallen. De gegevens die op deze wijze worden gegenereerd zijn op zich goed bruikbaar maar vormen wel een valkuil voor lokaal ad-hoc beleid. Ad-hoc beleid moet worden ingezet voor incidenten; het beleid voor langere termijn moet gericht zijn op het voorkomen van incidenten. Burgernet, een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie, is een nieuw initiatief om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen.
De visie van de ChristenUnie-SGP
De overheid is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Maar ook burgers, zowel individueel als collectief, hebben hierin een taak. Overheid en burgers werken samen aan een veilige en leefbare samenleving, elk vanuit eigen verantwoordelijkheden. De overheid staat voor een duidelijke handhaving van normen en waarden. Vertegenwoordigers van de lokale driehoek (burgemeester, politie en justitie) hebben daarin elk een eigen taak en zorgen voor een nauwe, efficiënte en doeltreffende samenwerking.
Ook het voorkómen van normoverschrijdend gedrag is belangrijk. Handhaving en preventie dienen in evenwicht te zijn. Partners in preventie zijn onder andere welzijnswerk, jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin, onderwijs en gezondheidszorg. Samenwerking tussen al deze partijen is van belang, maar mag niet uitmonden in overleg zonder resultaten. De gemeente kan hierin (pro-)actief regisseren. Integrale aanpak van het veiligheidsbeleid is daarom noodzakelijk. De gemeenteraad kan daarvoor de gewenste kaders vaststellen.
In de visie van ChristenUnie-SGP zijn burgers actief betrokken bij veiligheid op straat, in de wijk en in huis. Burgers zijn de oren en ogen van de politie. Overlastgevend en crimineel gedrag moeten daarom gemeld blijven worden bij de politie. Burgers spreken hun medeburgers aan op ongewenst en asociaal gedrag. Hierbij mag uiteraard de eigen veiligheid niet uit het oog worden verloren. Burgers hebben respect voor hun medeburger, andermans eigendommen en de leefomgeving. De gemeente kan de inzet van de burgers versterken door een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) in te zetten. Deze is het aanspreekpunt voor de burgers en zo een verlengstuk van de politie. Hij kan de politie ontlasten bij parkeer- en verkeersovertredingen. Bij de aanpak van probleemjongeren is het devies: 'Hard als het moet, zacht als het kan'.
Voor de ChristenUnie-SGP kan er geen sprake zijn van het gedogen van drugs, coffeeshops, drankketen, (illegale) prostitutie en andere situaties die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Gedogen is geen oplossing, want dat creëert alleen maar weer nieuwe problemen. De overheid stelt duidelijk wat wel en niet mag en heeft oog voor onderliggende problemen.
Concrete uitwerking
- De gemeenteraad heeft effectieve invloed op de inzet van de politiecapaciteit.
- De inzet van politiesurveillanten is aanvullend op de reguliere politiecapaciteit en is afhankelijk van goedkeuring van het activiteitenprogramma door de gemeenteraad.
- Een hogere prioriteit wordt toegekend aan het terugdringen van de z.g. veelvoorkomende kleine criminaliteit, waaronder fietsdiefstallen.
- De gemeente zorgt voor een voldoende sterk en geoefend brandweerkorps, met waardering voor het werk van de vrijwilligers.
- Blowverboden worden met name ingesteld op kwetsbare plaatsen, zoals speelplaatsen of plekken met regelmatige overlast.
- Er wordt gestreefd naar lage drempels voor het doen van aangifte.
- Kosten van vandalisme kan via actief beleid op de daders worden verhaald; de resultaten hiervan en de omvang van schade ten gevolge van vandalisme worden regelmatig gepubliceerd door middel van een ‘vandalismemeter’.
- Bevordering van de sociale cohesie tussen mensen en groepen door het faciliteren van wijkplatforms en buurtverenigingen etc. (zie ook paragraaf 4.3)
- Voorkomen van de vestiging van gokhallen, bordelen en coffeeshops.
- Een uitsterfbeleid voor bestaande gokhallen.
- Instelling van een lokale veiligheidsmonitor.
- Een actief preventiebeleid voor jongeren gericht op voorkoming van verslaving, ondermeer door het subsidiëren van lessen op het gebied van alcohol- en drugspreventie aan het voortgezet onderwijs.
- Stimulering van jeugdbrandweer bij alle korpsen in de gemeente.
- Bevorderen van het gebruik van Burgernet en sms alert.
- Stimulering van de agent in de klas. Veel korpsen geven aan voorlichting in de klas geen prioriteit meer, maar het is zo belangrijk dat jongeren hun wijkagent op een goede manier leren kennen.
- De veiligheidsbeleving bij burgers verdient eveneens aandacht.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
2.3 Financiën
Trends en ontwikkelingen
In onze samenleving lijkt het vaak alsof alles draait om geld. Hoewel de begroting van een gemeente vol cijfers staat, gaat het uiteindelijk niet om die cijfers maar om het verhaal achter de cijfers. Het gaat om het beleid. Beleid maken betekent keuzes maken; waaraan mag hoeveel geld worden besteed?
De invoering van de dualisering in het gemeentebestuur in 2002 heeft geleid tot de ontwikkeling van een programmabegroting. Grote winst van een goede programmabegroting is de juiste mix van beschrijving van beleidskeuzes en het weergeven van de financiële consequenties daarvan. De ruimte voor een eigen gemeentelijk belastinggebied lijkt steeds kleiner te worden.
De laatste jaren wordt hierom bij de controle van de gemeentelijke bestedingen steeds meer aandacht besteed aan de vraag of gelden doelmatig en rechtmatig zijn besteed. De ChristenUnie-SGP juicht deze ontwikkeling toe. De gemeenteraad en het College van B&W dienen in onderlinge samenwerking alert te blijven op deze ijkpunten. Er moet duidelijkheid worden verschaft over gemaakte keuzes en bij begroting en verantwoording dienen heldere normen te worden toegepast.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Inwoners worden steeds mondiger en vragen verantwoording van de gemeente. De ChristenUnie-SGP staat hier positief tegenover omdat het terecht is dat het bestuur openbaar verantwoording aflegt. Het gaat over de besteding vangemeenschapsgeld. Het is de dure plicht van het gemeentebestuur om duidelijk te maken waaraan zij het geld uitgeeft en hoe dit bijdraagt aan de bloei van de gemeente. Dit geldt zeker in economisch moeilijke tijden.
Concrete uitwerking
Ten aanzien van financieel beheer
- Het gemeentebestuur heeft de plicht om jaarlijks te zorgen voor evenwicht tussen inkomsten en uitgaven: een reëel sluitende begroting is de norm. Een meerjarenraming is noodzakelijk om op middellange termijn goed zicht te houden op de financiële situatie van de gemeente en vertoont een duurzaam evenwicht.
- Het opbouwen en bewaken van een goede reservepositie is belangrijk om eventuele tegenvallers op te vangen. Bestemmingsreserves en voorzieningen moeten regelmatig getoetst worden aan de actuele behoefte.
Ten aanzien van belasting en tarieven
- De OZB is de belangrijkste belasting die de gemeente ‘vanaf het eigen grondgebied’ mag heffen. De vaststelling van de hoogte van de OZB-tarieven is bij uitstek een zaak van politieke afweging. De ChristenUnie-SGP vindt dat hierbij de volgende overwegingen dienen te worden betrokken:
-
financiële positie van de gemeente
-
ambitieniveau van de gemeente
-
het totaalplaatje van de eigen belastingen en heffingen, in relatie tot andere gemeenten en de lastendruk voor de burger.
- De tarieven van de OZB mogen geen sluitpost van de begroting vormen waarmee naar believen tekorten kunnen worden gedekt. De jaarlijkse aanpassing van de OZB-tarieven moet plaatsvinden op basis van heldere beslisregels.
- Het heeft de voorkeur om dit bij aanvang van een nieuwe raads- en collegeperiode in beleidsuitgangspunten vast te stellen.
- De ChristenUnie-SGP is van oordeel dat het gemeentebestuur zich terughoudend moet opstellen waar het gaat om het verhogen van de lastendruk voor de inwoners.
- Efficiëntieverbetering moet een voortdurend proces zijn onder andere om de lokale lastendruk binnen de perken te houden.
- Indien de financiële draagkracht van burgers daartoe aanleiding geeft, behoort kwijtschelding van verschuldigde belasting(en) en heffingen in individuele gevallen tot de mogelijkheden. Het gemeentebestuur maakt duidelijk op welke wijze een verzoek tot kwijtschelding kan worden ingediend.
- Het kwijtscheldingsbeleid is een belangrijk instrument in de strijd tegen sociaal isolement en armoede. Het College moet zich inspannen om het kwijtscheldingsbeleid bekend te maken bij de groepen waarvoor het bedoeld is.
Met betrekking tot het grondbedrijf
- Daar de gemeente een aantal ruimtelijke ontwikkelingen heeft, is het goed om een grondbedrijf te handhaven dan wel op te zetten. Een dergelijk grondbedrijf heeft kaders nodig voor op de volgende onderdelen:
-
het risico dat binnen het grondbedrijf mag worden genomen en wie de regie voert over projecten (gemeente, projectontwikkelaars of gezamenlijk)
-
de omvang van een passende reserve
-
de regels voor eventuele uitname uit de reserves van het grondbedrijf
- Het college van B & W verschaft de gemeenteraad c.q. de raadscommissies minimaal één maal per jaar een overzicht van de exploitatie van het grondbedrijf. Dit overzicht moet binnen drie maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar zijn. De Raad krijgt hierdoor inzicht in de financiële situatie van het Grondbedrijf en van de onderscheiden grondcomplexen.
- Ook indien er geen grondbedrijf aanwezig is, zal het college de raad jaarlijks inzicht geven in de grondexploitaties door middel van een Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG).
Ten aanzien van Risicomanagement
- Bij de begroting en de jaarrekening moet ruime aandacht worden geschonken aan de risicoparagraaf. De belangrijkste risico’s moeten worden benoemd en van bedragen worden voorzien. Hierdoor kan er begrotingstechnisch met deze risico’s rekening worden gehouden. Er dient een goede verhouding te bestaan tussen de omvang van de risico’s en het eigen vermogen.
Bij het Treasury-statuut
- In het najaar van 2008 heeft de wereld gemerkt dat banken kunnen omvallen. Omdat gemeenten met publieke middelen omgaan, moet het treasury-statuut goed op orde zijn. In ieder geval moet duidelijk en solide beleid worden ontwikkeld over het uitzetten van tijdelijk ‘overtollige’ middelen, spaargelden en beleggingen.
Met betrekking tot subsidiëring
- Financiële ondersteuning van maatschappelijke activiteiten is een hulpmiddel om de samenleving tot bloei te laten komen. De ChristenUnie-SGP staat dan ook positief tegenover het subsidiëren van bijvoorbeeld verenigingen, culturele activiteiten en voorzieningen. In beleidsnota’s moet helder worden vastgelegd wat de bedoeling is van gemeentelijke financiële ondersteuning en welke effecten van de subsidie worden verwacht. De zorgvuldigheid eist dat ook veel aandacht wordt besteed aan de subsidiegrondslagen.
- Het subsidiebeleid moet zijn vastgelegd in een algemene subsidieverordening en in goed onderbouwde uitvoeringsbesluiten.
- Enkele algemene uitgangspunten voor subsidieverstrekking:
- De te subsidiëren activiteiten/voorzieningen moeten duidelijk omschreven zijn.
- Particulieren en organisaties hebben een eigen verantwoordelijkheid en subsidies betekenen in beginsel een aanvulling op eigen financiële middelen. Verenigingen zullen altijd reële contributies moeten heffen.
- Het is zinvol om regelmatig de hoogte van de structurele subsidies te herijken
- Subsidie kan alleen gegeven worden voor activiteiten die gericht zijn op het algemeen belang, c.q. algemeen toegankelijk zijn. Dit geldt ook voor organisaties die werken vanuit een bepaalde levensbeschouwing. Activiteiten die gericht zijn op levensbeschouwelijke vorming worden als regel niet gesubsidieerd.
- Activiteiten/voorzieningen die klaarblijkelijk in strijd zijn met de normen en waarden die in de Bijbel gegeven zijn en/of die in strijd zijn met algemene normen van fatsoen en goede zeden, komen niet in aanmerking voor gemeentelijke subsidie.
Concrete uitwerking
- Jaarlijks is er een sluitende begroting, zowel bij de structurele als de incidentele gelden.
- Er bestaat helderheid over het sluitend ‘meerjarenperspectief’ waarbij gemaakte keuzes in beginsel als taakstellend moeten worden beschouwd.
- Raad en College blijven streven naar verhoging van de informatiewaarde van de programmabegroting.
- Er vindt een goede afweging plaats van ambitieniveau van de gemeente en de hoogte van de gemeentelijke lasten.
- Veel aandacht voor lange termijn aspecten van de begroting, zoals goede planning van onderhoudsbudgetten, en degelijke investeringsramingen.
- Structurele lasten worden met ‘structurele middelen’ gefinancierd.
- Het College doet jaarlijks verslag van de mate waarin de verschillende heffingen kostendekkend zijn. De gemeenteraad kan haar kaderstellende taak inhoud geven door voor belangrijke heffingen de gewenste dekkingsgraad vast te leggen. Te denken valt aan de dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing of de dekkingsgraad voor de begraafplaatsen.
- De aangekondigde bezuinigingen van de Rijksoverheid zullen de financiële ruimte van de gemeente beperken. Er is dus weinig ruimte voor nieuw beleid en er moet met een lager ambitieniveau rekening worden gehouden. Onder die omstandigheden geven wij de voorkeur aan een wijze beperking van de uitgaven boven een lastenverhoging voor de burger.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
3. Samen voor een duurzame leefomgeving
Een centraal begrip bij de ChristenUnie-SGP is verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid voor mensen en de inrichting van de samenleving, maar ook voor natuur en milieu. Ook dat is christelijk-sociaal. De ChristenUnie-SGP hecht bijzondere waarde aan een duurzame leefomgeving. Wij willen als goede rentmeesters op een verantwoorde en dus duurzame manier omgaan met de schepping. Dat bepaalt onze keuzes op terreinen als natuur, energie en klimaat, maar ook op het gebied van afval, mobiliteit en bebouwing.
Wij zijn gebruikers van Gods schepping en worden geacht deze goed en verantwoord te beheren. Hoewel veel milieu- en klimaatbeleid op Europees, of zelfs op wereldniveau wordt gemaakt, kan ook de gemeente een bijdrage leveren. Allereerst via haar voorbeeldfunctie. Sommige gemeenten zijn al ‘millenniumgemeente’ of hebben ambitieuze plannen om in het volgende decennium ‘klimaatneutraal’ te zijn. De gemeente kan haar gebouwen energiezuinig maken, groene stroom en gas inkopen of in de kantine duurzaam geproduceerde producten aanbieden. Daarnaast kan de gemeente lokale klimaatinitiatieven ondersteunen, zoals die gericht op het benutten van andere energiebronnen en het bevorderen van energiebesparing bij het bedrijfsleven en het midden- en kleinbedrijf.
Verduurzaming is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk. Soms is het lastig draagvlak te vinden. Niemand wil een kolencentrale in de achtertuin, maar vaak ook geen windmolen. Soms is het financieel moeilijk, maar duurzaamheid mag geen sluitpost zijn op de begroting. Het is de taak van de gemeente deze belangen tegen elkaar af te wegen. Niets doen is geen optie meer.
De verschillende belangen zoals groen, water, wonen, en wegen overvragen de beschikbare ruimte. Het wordt steeds belangrijker dat de overheid duidelijke ruimtelijke keuzes maakt. De belangen van bestaande en nieuwe ruimtevragers moeten goed worden afgewogen. De overheid moet daar haar werkwijze op aanpassen. Integraal en gebiedsgericht werken moet worden opgezet en uitgebouwd. De overheid heeft daarbij niet meer alle kaarten in handen, maar treedt vaak op als overlegpartner of als regisseur in het speelveld met andere partijen.
Samenwerking vraagt om overleg met velerlei betrokkenen, zoals medeoverheden, grondeigenaren en belangenorganisaties. Dat vergt veel tijd. Maar door belanghebbenden in het voortraject goed te betrekken, kunnen vaak bezwaren later in het proces worden ondervangen. De nadruk moet liggen op participatie, om langdurige (en kostbare) juridische procedures te voorkomen. Dit sluit aan bij de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), waar het accent ligt op overleg vooraf in plaats van toetsing achteraf.
Samenwerken kan ook heel goed in het beheer van de openbare ruimte. In projecten als ‘Schoon, heel en veilig’ werken gemeente, politie, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties samen aan een leefbare samenleving.
In de volgende paragrafen lichten wij u in over onze standpunten op het gebied van ruimtelijke ordening, wonen, groen, natuur, mobiliteit en nog meer.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
3.1 Ruimtelijke ordening en wonen
Trends en ontwikkelingen
Ruimte is een schaars goed. Wonen, industrie, landbouw en natuur strijden om een plekje op de Nederlandse kaart. De druk is niet overal even groot. Toch is het goed om na te denken over het ruimtevraagstuk. Nederland zal zich blijven ontwikkelen. Keuzes die we nú maken, zijn bepalend voor de leefomgeving van toekomstige generaties. Het gaat om een evenwichtige keuze tussen ecologie en economie. Met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is het primaat bij gemeenten komen te liggen: decentraal wat kan, centraal wat moet. Gemeenten moeten hun regierol in het ruimtelijke ordeningsbeleid oppakken. Op die manier kunnen zij vanuit de lokale samenleving sturing geven aan het ruimtevraagstuk, zowel kwantitatief als kwalitatief.
De visie van de ChristenUnie-SGP
De ChristenUnie-SGP vraagt aandacht voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Lange tijd ging het bij ruimtelijke ontwikkelingen vooral om kwantiteit; en dat was ook nodig: er moest gebouwd worden om tegemoet te komen aan de vraag naar onder andere huisvesting en bedrijventerreinen. De recente economische en demografische ontwikkelingen geven echter ruimte om te investeren in kwaliteit:
- Door te kiezen voor zoveel mogelijk behoud van het groene buitengebied. Daarom wil de ChristenUnie-SGP investeren in binnenstedelijk bouwen en is zij voorstander van meervoudig ruimtegebruik. Uitbreiding is in principe niet aan de orde zolang inbreidingslocaties beschikbaar zijn, tenzij de leefbaarheid in kleine kernen in gevaar komt.
- Door de verrommeling van het buitengebied tegen te gaan. De ChristenUnie-SGP pleit voor landschapontwikkelingsplannen en landschapsfondsen. Ook is zij een warm voorstander van herstructurering van bedrijventerreinen en clustering in regionale terreinen.
- Door extra aandacht te geven aan de openbare ruimte, aan duurzaam bouwen en levensloopbestendig wonen.
- Door te bouwen voor de vraag. Het huisvestingsbeleid van de gemeente moet gericht zijn op verschillende doelgroepen. In het bijzonder noemen we de eenpersoonshuishoudens (jongeren, alleenstaanden, ouderen), een groep die de komende jaren flink zal toenemen.
- De ChristenUnie-SGP steunt de plannen van de Volle Evangelie Gemeente Kockengen voor realisatie van een eigen gebouw voor ondermeer de zondagse dienst.
Concrete uitwerking
Een toekomstgerichte en realistische structuurvisie; actuele bestemmingsplannen
- Voor Stichtse Vecht wordt een structuurvisie opgesteld, die aangeeft welke ruimtelijke ontwikkelingen worden nagestreefd (en welke niet) én hoe de gemeente deze ontwikkelingen wil realiseren.
- De ChristenUnie-SGP wil over de structuurvisie het debat zoeken met de samenleving: bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, scholen etc. Zo creëren we betrokkenheid.
- Het structuurplan Vierde Kwadrant voor de gemeente Kockengen wordt uitgevoerd.
- Er worden keuzes gemaakt die passen bij de identiteit van de kernen. Als regel wordt een conserverend beleid voorgestaan.
- Burgers verdienen rechtszekerheid. Daarom moeten er actuele bestemmingsplannen zijn, die digitaal kunnen worden ingezien.
Inzet op binnenstedelijk bouwen en meervoudig ruimtegebruik
- Bouwen binnen dorp of stad levert vaak een exploitatietekort op. Als norm wordt gehanteerd 30% sociale koop en/of huurwoningen, ook al is dit voor de ontwikkelaar minder aantrekkelijk. De nieuwe Wro maakt het mogelijk dat de gemeente afspraken maakt met de ontwikkelaar over bijvoorbeeld sociale woningbouw.
- Toepassing van de mogelijkheden van ‘bovenplanse verevening’: opbrengsten van woningbouw op een uitleglocatie kunnen worden ingezet om het tekort bij binnenstedelijk bouwen aan te vullen.
- Meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld ondergronds parkeren, is vaak geen luxe, maar noodzaak. Waar mogelijk worden bepalingen hierover opgenomen in bestemmingsplannen.
- Onderzoek mogelijkheden om boven scholen, winkels en dergelijke woningen te bouwen (en hoe ervoor gezorgd kan worden dat deze woningen ook daadwerkelijk bewoond gaan worden).
- Begraafplaatsen worden tijdig uitgebreid. Het uitgangspunt is dat graven tenminste 30 jaar onaangeroerd blijven en dat verlenging tot 50 jaar tegen betaalbare tarieven mogelijk moet zijn.
Meer aandacht voor de openbare ruimte
- De kwaliteit van onze leefomgeving wordt sterk bepaald door bebouwing maar ook door de openbare ruimte, die meer is dan de restruimte na bebouwing. De gemeente heeft voldoende aandacht hiervoor bij de plannen voor inrichting, beheer en onderhoud. Bij samenwerking met projectontwikkelaars en woningcorporaties wordt de rol van de gemeente en het publieke belang van de leefomgeving voldoende geborgd.
- Open ruimten zijn onmisbaar: pleinen, groenstroken, parken, speeltuinen en oppervlaktewater. Het zijn de ‘longen’ van het dorp. Binnenstedelijk bouwen is goed, maar de leefbaarheid mag niet in het gedrang komen.
- De gemeente verdient een eigen monumentenbeleid, waarin aandacht is voor de lokale identiteit en geschiedenis. Eigenaren worden gestimuleerd hun bezit goed te onderhouden.
- De Historische Kringen en het Maarssens Museum worden gestimuleerd om het rijke cultuurbezit van Stichtse Vecht te conserveren en uit dragen.
- Voorkom de sloop van huizen, straten en wijken die alleen maar tegen de vlakte gaan omdat de nieuwe huizen meer geld opbrengen. Dat kan hele volkswijken hun (karakteristieke) bebouwing kosten.
- Welstand heeft alles te maken met ruimtelijke kwaliteit. Daarom is gemeentelijk welstandsbeleid onontbeerlijk. De ‘welstandstoets’ door een onafhankelijke commissie van deskundigen is zeker waardevol. Het is goed om de uitvoering van het welstandsbeleid goed te borgen. Een mogelijkheid is het opdelen van de gemeente in ‘welstandniveaus’. Volledig welstandsvrij bouwen blijft een uitzondering (bijv. vrije kavels in een nieuwe woonwijk).
- Stel voor nieuwe ontwikkelingen beeldkwaliteitsplannen op.
- Architectuurbeleid kan, behulpzaam zijn bij de kwaliteit van gebouwen en de openbare ruimte
Duurzaam bouwen
- Onderzoek de mogelijkheden om invulling te geven aan ‘duurzaam bouwen’:
- bouwen met duurzame materialen, die op verantwoorde wijze geproduceerd en kwalitatief hoogwaardig zijn.
- stimuleren van de bouw van woningen die klimaatneutraal zijn of zelfs energie ‘produceren’.
- levensloopbestendigheid van een woning of wijk: mensen kunnen hun hele leven in hetzelfde huis blijven wonen, ongeacht hun omstandigheden (echtpaar, gezin, ouderen, zorgbehoevende, etc.).
- Het is wettelijk niet toegestaan om bovenop de duurzaamheidseisen uit het Bouwbesluit extra eisen te stellen aan ontwikkelaars (Woningwet), maar wel kan geprobeerd worden afspraken te maken met ontwikkelaars en corporaties. In ieder geval kan de gemeente eisen stellen voor eigen bouwwerken. Verschillende gemeenten hebben hier al doelen voor vastgesteld op basis van EPC–normen (EPC = Energieprestatiecoëfficiënt).
- Bij de vergunningverlening en oplevering van nieuwbouwwoningen moet daadwerkelijk worden getoetst of en gehandhaafd dat aan de wettelijke duurzaamheidseisen en de criteria van eventueel verleende subsidie(s) is voldaan.
Geen kwantiteit, maar kwaliteit en afstemmen op de vraag
- Het huisvestingsbeleid van de gemeente sluit aan op de vraag.
- De doorstroming wordt bevorderd om starters op de locale woningmarkt meer mogelijkheden te bieden.
- De toewijzing van aantrekkelijke woningen aan eigen inwoners van de gemeente wordt verruimd.
- Demografische ontwikkelingen laten zien dat de groep 1-persoons huishoudens sterk zal groeien en tegelijkertijd dat de bevolkingsaantallen zullen dalen. Het opstellen van een woonvisie is een goed middel om de toekomstige woonvraag in kaart te brengen.
- Veel gemeenten bevinden zich in de situatie dat zij woningen bouwen als gevolg van gezinsverdunning: het aantal inwoners groeit niet, het aantal woningen wel. De gemeentelijke mantra ‘bouwen om te groeien’ is voor ons geen leidraad.
- Kies voor een realistische koers. Soms is het beter om niet te groeien in kwantiteit, maar te groeien in kwaliteit. Investeren in de woonomgeving en alleen bouwen waar nodig en mogelijk.
Het buitengebied een kwaliteitsimpuls geven en verrommeling tegengaan
- Het groene buitengebied is niet het restgebied tussen dorpen en steden, maar verdient een eigen visie op de inrichting. De verrommeling moet worden tegengegaan.
- De gemeente completeert samen met buurgemeenten en de provincie, plannen voor landschapontwikkeling. Een visie op het buitengebied biedt de beste garantie voor behoud van de landschappelijke kwaliteit en versterking van het groen.
- Geen toestemming wordt verleend aan uitbreidingen in het landelijk gebied die de balans tussen de ecologische kwaliteit en de economische vitaliteit verstoren.
- Bij het vrijkomen van agrarische bebouwing moet medewerking worden verleend aan de totstandkoming van andere, passende en duurzame mogelijkheden.
- Het conserverende beleid voor de polder Buitenweg blijft gehandhaafd.
- Landschapsfondsen kunnen de uitvoering van het plan financieel ondersteunen. Het fonds wordt gevuld met bijdragen van bewoners, bedrijven en overheden. De gemeente kan bijvoorbeeld de inkomsten uit de toeristenbelasting of opbrengsten uit woningbouw (rood voor groen) in dit fonds storten.
- Onderzoek welke mogelijkheden er zijn om via Europese subsidies meer financiële mogelijkheden te generen, waardoor de uitvoerbaarheid van plannen wordt vergroot.
- Onderzoek samen met de provincie de mogelijkheid voor aankoop, ontwikkeling en beheer van buitengebied met behulp van provinciale en Europese subsidies.
- Organiseer draagvlak in het buitengebied, want dat is cruciaal voor de uitvoering van plannen.
- Een veelbesproken initiatief is de landschapsveiling, waarbij het beheer en onderhoud van landschapselementen verkocht wordt aan belangstellenden.
- De landbouw is op veel plaatsen essentieel als drager van het buitengebied. Waar zij het primaat heeft, dient het primaat te worden behouden. Tegelijkertijd is deze bedrijfstak in ontwikkeling door schaalvergroting, verbreding (nevenactiviteiten) en verdieping (biologische landbouw). Bij een visie op het buitengebied is het noodzakelijk dat er een toekomstperspectief voor de landbouw wordt geformuleerd, waarbij alle belangen in het buitengebied tegen elkaar zijn afgewogen.
Inzet op regionale bedrijventerreinen
- Een regionaal bedrijventerrein, gunstig gesitueerd nabij belangrijke ontsluitingsroutes en openbaar vervoer, is vanuit ruimtelijk oogpunt soms te verkiezen boven elke gemeente een eigen bedrijventerrein. Pleit zo nodig voor een onderzoek naar mogelijkheden of voor concrete acties om in gesprek te gaan met omringende gemeenten en/of de provincie.
- Een ondernemersfonds kan bijdragen aan het opknappen van verouderde bedrijventerreinen.
Beroep aan huis
- In bestemmingsplannen wordt ruimte geboden voor beroepen aan huis of in de onmiddellijke woonomgeving.
Naar een genormeerd ruimtelijk beleid:
- De gemeente geeft in het ruimtelijke beleid rekeningschap van klimaatverandering.
- De gemeente ontwikkelt een rioleringsplan waarin rekening wordt gehouden met hevige regenval (afvoercapaciteit). Door het relatief schone regenwater ‘af te koppelen’ van het riool, kan het aantal vuil water overstorten worden gereduceerd. In de omgeving waar nog geen sprake is van een gescheiden rioolstelsel moet worden gekeken naar mogelijkheden voor afkoppeling. Bij reconstructies van wegen, van parkeerterreinen en bij inbreidingsplannen moet hierop specifiek worden gelet.
- Waar nodig dient het waterplan te worden geactualiseerd. Betrokkenheid van de inwoners is hierbij een belangrijke vereiste. De bekende trits ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ betekent in ruimtelijk opzicht dat gezorgd wordt voor voldoende oppervlaktewater in stedelijk gebied en waterberging locaties in het buitengebied. Een goed gemeentelijk waterbeleid behelst een goed gemeentelijk waterplan waarin aandacht wordt gegeven aan zowel het oppervlaktewater als het grondwater.
- Start een maatschappelijk debat over water, waterconsumptie en waterveiligheid. We zijn vergeten dat we in een delta wonen: ‘leven met water’ moet weer tussen onze oren komen!
Terug naar begin of dit hoofdstuk
3.2 Natuur, milieu en klimaat
Trends en ontwikkelingen
We kunnen er intussen niet meer omheen: het klimaat verandert. Ook al zouden we met directe ingang de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen drastisch verminderen, dan nog zal de klimaatverandering de komende decennia doorgaan. Het begrip duurzaamheid heeft in dit kader een extra dimensie gekregen. Een uiterst belangrijk begrip, maar wel op de juiste manier te gebruiken: niet nog meer praten en schrijven, aan de slag ermee!
In het licht van de klimaatontwikkeling is energieverbruik een belangrijk thema. Energie labeling van gebouwen, ook al komt deze moeizaam van de grond, kan hierin een goede rol spelen.
Een andere ontwikkeling die zijn beslag moet gaan krijgen in de komende periode, is de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Binnen de Wabo moeten circa 25 regelingen samen worden gebracht die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die gebundeld worden tot Omgevingsvergunning. Deze ontwikkeling kan en moet, mits zorgvuldig voorbereid en ingevoerd, tot een aanzienlijke verbetering van de dienstverlening door de overheid leiden.
Op het gebied van afval zijn er ontwikkelingen, zoals het nieuwe Landelijk afvalbeheerplan (LAP) 2009-2021, die aanzetten geven tot integraal materiaalketenbeleid (cradle to cradle). De doelstelling van gemiddeld 60% hergebruik van het huishoudelijk afval in 2015 dient te worden gehaald.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Wij hebben de aarde van de Schepper ontvangen om deze op een juiste wijze te bebouwen en te bewaren. Dat mag niet op de korte termijn gericht zijn. Ook volgende generaties moeten kunnen voortbouwen op de door ons ingezette acties. Als politieke groepering is het onze taak vanuit het christelijk geloof dat ons leert om God lief te hebben met hart, ziel en verstand en onze naaste als onszelf, een visie te ontwikkelen op milieu, natuurbeheer en klimaat die voor alle burgers heilzaam is. Met onze naaste wordt niet alleen diegene bedoeld die wij direct kennen. Ook mensen die elders leven (en vaak minder bedeeld zijn dan wij) moeten kunnen profiteren van de positieve gevolgen van ons handelen. Een goede verhouding tussen consumptie en milieu is daarbij essentieel.
Dat betekent dat ook in financieel minder gunstige tijden een daadkrachtig milieubeleid op peil moet blijven.
Doordat veel milieutaken gedecentraliseerd zijn hebben gemeenten een belangrijke rol bij de uitvoering van het beleid. De gemeente is op basis van de Wet Milieubeheer verplicht tot het vaststellen van een integraal milieubeleidsplan. Dit zal een helder en up-to-date plan moeten zijn.
De ChristenUnie-SGP staat volledig achter de doelen zoals die zijn verwoord in het klimaatakkoord dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk (Ministerie VROM) hebben gesloten:
- Een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 30% in 2020 (ten opzichte van 1990). Hierbij gaat het om zowel CO2 als de overige broeikasgassen zoals methaan en lachgas.
- Een energiebesparingpercentage van 2% per jaar.
- Een aandeel van hernieuwbare energiebronnen (duurzame energie) van 20% in 2020.
30% CO2 reductie is op zich vele malen beter dan niets, maar nog altijd vele malen slechter dan het hoogst haalbare: energietransitie (de overgang van fossiele naar duurzame brandstoffen, zoals energie uit zon en wind). Die transitie moet binnen maximaal drie decennia worden gerealiseerd. Auto's op elektriciteit zijn al verkrijgbaar. Overheidsinstellingen zouden het voorbeeld kunnen geven om hiermee te gaan rijden (mits de stroom wordt afgenomen van een leverancier die 100% groene stroom garandeert). De ambities liggen hoog, maar zijn niet onuitvoerbaar. Een hechte samenwerking tussen het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, woningbouwcorporaties, bedrijven en burgers is geboden.
Gemeenten vervullen een zeer belangrijke voorlichtende en faciliterende rol in dit geheel. Zij staan immers dicht bij de burger (loketfunctie), maar hebben ook een voorbeeldrol. Tevens vervult de gemeente de rol van vergunningverlener en handhaver. Er staat al veel op papier; nu komt het aan op de uitwerking. Gemeenten moeten lokaal of binnen regionale samenwerking een klimaatactieplan opstellen afgestemd op het klimaatprogramma ‘Klimaat op orde’ van de Provincie.
Het apart inzamelen van gft-afval is meestal heel zinvol en (milieu-)rendabel. Het Rijk heeft gemeenten vanaf eind 2008 wel meer vrijheid gegeven om ten aanzien van gft-inzameling af te wijken van de Wet milieubeheer. Naast gft zijn inmiddels ook afspraken gemaakt rond de inzameling van plastics. Bij het inzamelen van oud papier hebben van ouds kerken, scholen, verenigingen en instellingen een grote rol gespeeld. Deze rol kan op veel plaatsen worden versterkt, zeker als ze wordt voorzien van financiële prikkels.
Zwerfafval is nog steeds één van de meest genoemde ergernissen onder de bevolking. Gemeenten moeten zoveel mogelijk maatregelen nemen om zwerfafval te voorkomen. Blijvende voorlichting hieromtrent is van groot belang. Handhavend optreden is noodzaak.
Concrete uitwerking
De gemeente heeft naar de burger toe niet alleen een voorlichtende rol maar moet zich er terdege van bewust zijn dat er op haar wordt gelet (voorbeeldfunctie).
Voorlichting
- Zorg voor heldere voorlichting bij het in werking treden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het gaat hier om één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu.
- Geef voorlichting over de mogelijkheden van milieu bewust gedrag bij burgers en ondernemers om het milieu goed te beheren en verontreiniging tegen te gaan. Concrete maatregelen, zoals het verstrekken van premies kunnen mensen aanzetten tot gedragsverandering.
- Vrijwilligers inzetten bij het geven van voorlichting op basis- en middelbare scholen. Ook speciale activiteiten zoals de Nationale Boomfeestdag kunnen vanuit het Milieu Educatief Centrum in samenwerking met bijvoorbeeld scholen worden georganiseerd.
- Deelname aan landelijke dagen rond afval, zwerfvuil, compost, etc. (Nederland Schoon, Opzoomeren e.d.). Hiermee kan de gemeente extra acties ondernemen om afvalscheiding onder de aandacht te brengen bij de burgers. Individuele burgers, scholen en organisaties worden betrokken bij een zwerfafval-opruim-project.
- De opruimplicht voor honden- en paardenpoep in de openbare ruimte wordt uitgebreid. De gemeente zorgt voor voldoende afvalbakken en duidelijk aangegeven honden-uitlaat-stroken.
- Stimuleer burgers (door subsidieverstrekking) om bij reconstructies van tuinen infiltratiekratten in de grond te plaatsen. Hiermee wordt het hemelwater, daar waar het valt, vastgehouden en langzaam in de bodem opgenomen.
- Verplicht winkels, scholen en dergelijke het ‘eigen erf’ schoon te houden.
Voorbeeldfunctie
- Het aanmelden van de gemeente Stichtse Vecht als Millennium Gemeente en hier concreet inhoud aangeven.
- Zorg voor een duidelijk beleid betreffende het kappen van groen. Herbeplanting moet bovenaan staan in het te voeren beleid.
- Breidt het bestaande Bomen Beleidsplan uit tot de gehele gemeente.
- Zorg voor een actueel plan voor landschapsontwikkeling.
- Er zijn voldoende (ondergrondse) containers voor onder meer glas, kleding, sap- en melkpakken, blik, kunststoffen en papier.
- De gemeente zorgt voor doelmatig ingerichte afvalstoffendepots met afvalscheiding waar burgers hun afval kunnen brengen.
- Huishoudelijk afval in hoogbouwwijken en flats wordt ondergrondse ingezameld.
- Stem het inkoopbeleid af op duurzaamheid. In de komende raadsperiode zou dit 100% duurzaam moeten worden. Neem bij offerteaanvragen criteria voor duurzaamheid op.
Klimaat en energie
- Laat een klimaatactieplan opstellen met aandacht voor innovatieve ontwikkelingen.
- De leveringscontracten met energiebedrijven zijn gebaseerd op 100% duurzame energie (gas en elektriciteit).
- De eigen organisatie is energiezuinig. Stel de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) lager (=strenger) dan de standaard EPC uit het Bouwbesluit.
- Streef bij bestaande gebouwen van de gemeente naar een minimale energiebesparing van 2% per jaar en 40% opwekking en/of inkoop van duurzame energie.
- Pas moderne technieken toe bij verlichting in de openbare ruimte (o.a. LED-verlichting). Streef hierbij naar meetbare doelen (Door het gebruik van LED-verlichting kan 30 tot 40% energie bespaard worden).
- Zorg voor een zuiniger en schoner eigen wagenpark (toepassen van roetfilters en/of gebruik van alternatieve brandstoffen).
- Zorg dat in lokale verkeers- en vervoersplannen CO2-emissiereductie integraal wordt opgenomen (aandacht besteden aan alternatieven voor de auto, fietsverkeer stimuleren en faciliteren).
- De gemeente stelt zich op het standpunt dat de met het Rijk gesloten overeenkomst ter beperking van de maximale snelheid op de A2 tot 100 km per uur wordt nagekomen.
- De planstudie Ring Utrecht om de mobiliteit rond Utrecht te verbeteren kan leiden tot een mogelijke aanpassing van de Zuilense Ring (N230) in Maarssen. De eventuele maatregelen mogen niet leiden tot een toeneming van geluidoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen.
- De plannen van Utrecht om de brug over de A2 op de Verbindingsweg voor auto’s af te sluiten verdienen een zorgvuldige heroverweging, waarbij de sociale veiligheid voor fietsers en mogelijke filevorming op de Flora- en Ruimteweg nadrukkelijk dient te worden betrokken.
- Informeren en ondersteunen (subsidies) van particuliere woningeigenaren t.a.v. energiebesparende apparatuur. Hierbij valt te denken aan zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen en/of windenergie.
- Zorg voor uniforme en actuele energievoorschriften in de te verstrekken milieuvergunningen en adequaat handhavingsbeleid.
- Ga samen met LTO of regionale of lokale agrarische organisaties na op welke wijze agrarische ondernemers kunnen bijdragen aan het klimaat door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, CO2 reductie of gebruik, duurzame energiebronnen, etc.
- De gemeente geeft verder inhoud aan het bevorderen van maatschappelijk betrokken ondernemen.
- Zie er op toe dat zorginstellingen, seniorenwoningen en bejaardencentra kwalitatief goede klimaatreguleringstechnieken hebben waaronder airco. Belangrijk is deugdelijke apparatuur. Natuurlijk zal het toenemende stroomverbruik van dit soort apparatuur duurzaam moeten worden ingekocht dan wel lokaal worden opgewekt.
- Zorg voor voldoende ruimte voor het bergen van water bij hevige neerslag ter voorkoming van wateroverlast. Om dorpen en steden klimaatbestendig te maken zal de gemeente samen met bijvoorbeeld het waterschap een waterplan opstellen en/of uitvoeren.
- De gemeente geeft hoge prioriteit aan het oplossen van de problemen van de wateroverlast in Kockengen.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
3.3 Mobiliteit
Trends en ontwikkelingen
De overheid heeft ten aanzien van het openbaar vervoer forse groeidoelstellingen; voor de trein 5% per jaar. Nieuwe systemen als TramPlus, RandstadRail, Stedenbaan en Light Rail bieden bijzondere kansen voor een duurzame verstedelijking gebaseerd op een hechtere band tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Ketenmobiliteit heeft steeds meer aandacht. De OV-fiets speelt hierbij een grote rol. Voor doelgroepen (meestal jongeren en senioren) wordt het openbaar vervoer goedkoper.
Steeds vaker worden ter bevordering van het OV vrij liggende busbanen en transferia aan de grens van de steden aangelegd. Het scheiden van verkeersstromen (bijvoorbeeld auto’s en fietsen) vindt al meer ingang. In planologische ontwikkelingen wordt steeds meer rekening gehouden met de toenemende vraag aan mobiliteit van alle groepen in de samenleving. De mobiliteitsvisies van overheden worden ook beter op elkaar afgestemd en maatschappelijke organisaties hebben meer oog voor hun verantwoordelijkheid in dezen. Voor de uitstoot van CO2 worden er door de Europese Unie strakkere normen geformuleerd. Op het gebied van veiligheid worden de eisen voor voertuigen op een al hoger niveau gebracht, terwijl anderzijds maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid op straat te verhogen.
De visie van de ChristenUnie-SGP
De overheid moet zorgen voor een goed niveau van infrastructuur voor wonen, arbeid, verkeer en telecommunicatie, zodat burgers economische, sociale en culturele activiteiten kunnen ontplooien en bedrijven hun werk kunnen doen. De ChristenUnie-SGP laat zich leiden door drie criteria: veiligheid (o.a. verkeersveiligheid), milieu (bescherming van Gods schepping: mensen, dieren en groen) en leefbaarheid (lawaai, CO2, hoeveelheid groen, etc.).
Ruimtelijk beleid legt de basis voor het mobiliteitsbeleid. Hoe meer deze twee beleidsterreinen integraal worden benaderd, hoe beter. Dit vergt een langetermijnvisie. Mobiliteit is zowel een groot goed als een probleem (vervuiling, lawaai e.d.). Het is zaak een goede balans te vinden en de (auto)mobiliteitsstromen te beheersen.
Concrete uitwerking
Terugdringen automobiliteit
Niet alleen de overheid, maar ook burgers zijn verantwoordelijk voor een bewuste omgang met mobiliteit, vanwege de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving en het ruimtebeslag van wegen. Automobiliteit-reductieplannen worden met betrokken partijen (overheid, kantoren/bedrijven, OV-maat-schappijen) opgesteld en uitgevoerd. De lokale middenstand in samenwerking met lokale verenigingen en lokaal bestuur wordt gestimuleerd om zelf de promotor te worden van veilig en milieuvriendelijk verkeer naar de winkel. De distributie van goederen moet meer afgestemd worden op de schooltijden en de ritmiek van spits- en daluren. Dat betekent ook een andere aanpak van de logistieke processen.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid
- Voer bij het opstellen van plannen met betrekking tot ruimtelijke ordening een bereikbaarheidstoets en toegankelijkheidstoets in. Hiermee wordt bereikt dat er met de mobiliteit efficiënt wordt omgegaan.
- Sluip- en doorgaand verkeer wordt geweerd uit woongebieden (b.v. Oud-Zuilen en Portengen).
- In woonwijken worden bij voorkeur 30 kilometer zones aangelegd.
Openbaar Vervoer
In de meeste gevallen is de gemeente niet verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. Toch moeten de mogelijkheden om invloed uit te oefenen niet worden onderschat. De gemeente zal zich proactief opstellen richting die overheden die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer. Hierbij gaat het ook over het railvervoer.
- Aanvullende verkeersmaatregelen om de doorstroming van het openbaar vervoer te bevorderen.
- Bevordering van goede aansluitingen op de verschillende openbaar vervoersvormen. De kernen dienen onderling goed bereikbaar te zijn met openbaar vervoer.
- Verbetering van de bereikbaarheid van openbare voorzieningen, zoals zorgcentra en scholen.
- OV-haltes toegankelijker maken voor mobiliteitsbeperkten.
- Verbetering van de informatievoorziening over het openbaar vervoer.
- Waar mogelijk combinaties tot stand brengen met het doelgroepen vervoer (regiotaxi’s, scholierenvervoer, WMO vervoer etc.).
- Onderzoek in welke mate de OV-reizigersstromen vanuit de ’haarvaten’ in dorpen en kernen, afgestemd zijn op de hoofdaders van het NS-netwerk.
- Verbetering van de veiligheid in het openbaar vervoer (en bij haltes / stations).
Fietsbeleid
- Er moet een uitgebreid fietsbeleid op papier staan, dat actief wordt uitgevoerd en gecontroleerd en waarvoor een apart budget is binnen de begroting.
- Fietsroutes binnen de gemeente behoren zo veel mogelijk gescheiden te zijn van het overige verkeer.
- Op rotondes en fietspaden die onderdeel zijn van een voorrangsweg binnen de bebouwde kom krijgen fietsers voorrang.
- Er behoren adequate mogelijkheden te zijn voor het parkeren van fietsen in de centra, bij de stations en bushaltes en bij ’attractiepunten’ bij voorkeur in de vorm van gratis bewaakte stallingen.
- De gemeente dient het geven van verkeerslessen te bevorderen bijvoorbeeld op scholen en bij instellingen.
Parkeren
- Parkeren zoveel mogelijk concentreren op een logische wijze.
- Parkeer verwijzingssystemen richten op de meest logische parkeergebieden.
- Betaald parkeren eerder bij uitzondering dan bij regel in te voeren.
- Bij het bouwen van parkeergarages de (sociale) veiligheid te betrekken.
Doelgroepenvervoer (WMO en scholieren)
- Het doelgroepen vervoer wordt geïnventariseerd en zo mogelijk gecombineerd. Optimalisatie van het gebruik van het openbaar vervoer speelt hierbij ook een rol.
- De gemeente komt haar verplichtingen met betrekking tot het scholierenvervoer royaal na.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
3.4 Economie
Trends en ontwikkelingen
Bij het schrijven van dit programma zit Nederland nog in een recessie, hoewel het ergste achter de rug lijkt. Hoe de economische ontwikkelingen in de komende jaren zullen zijn, valt onmogelijk te voorspellen. Naast bedreigingen zoals afnemende bedrijvigheid en toenemende werkloosheid, biedt deze situatie ook kansen om tot een duurzamere economie te komen.
Mede door de toegenomen scholingsgraad van de beroepsbevolking en de stijging van de kosten van arbeid wordt de Nederlandse economie steeds meer een kenniseconomie. Dat leidt tot een verschuiving van industriële bedrijvigheid naar dienstverlening en heeft op haar beurt consequenties voor locaties en inrichting van bedrijventerreinen. Op veel bedrijventerreinen heeft parkmanagement zijn intrede gedaan. Vooral met het doel de veiligheid te vergroten.
De detailhandel is grootschaliger geworden. Vaak zijn (oude) bedrijven terreinen niet meer effectief en efficiënt ingericht. In de loop van de jaren is verrommeling opgetreden. Herstructurering kan een beter grondgebruik en daarmee een betere bedrijfsvoering voor de ondernemers opleveren. Ondernemers stellen hoge eisen aan het vestigingsklimaat dat in de gemeente te vinden is. Een belangrijk element daarin is de fysieke en digitale bereikbaarheid van de locatie. Infrastructuur zonder files en de beschikbaarheid van een breedband Internetaansluiting zijn belangrijke trekkers van bedrijven geworden. Hetzelfde geldt voor de beschikbaarheid van een goed gekwalificeerde beroepsbevolking.
Landbouw blijft in Nederland een economische factor van betekenis. Deze sector heeft bovendien steeds meer oog voor het belang van duurzaamheid en is ook bereid een bijdrage te leveren aan een kwalitatief goed beheer van het buitengebied.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Werk is een belangrijk middel ter ontplooiing van de talenten die God de mens gegeven heeft. Het is het voornaamste middel om inkomen te verwerven om in eigen levensbehoeften en die van anderen te voorzien. Bovendien draagt werken bij aan het ontwikkelen van een gepast besef van eigenwaarde.
Concrete uitwerking
Recessie
- Het verdient aanbeveling investeringen in positieve zaken als onderwijshuisvesting, aanleg van fietspaden, verkeersveiligheid en dergelijke naar voren te halen.
- Het verdient aanbeveling om een overlegplatform in het leven te roepen waarin minimaal de gemeente en het bedrijfsleven vertegenwoordigd zijn, zo mogelijk aangevuld met instellingen uit het beroepsonderwijs. Doel van het forum is de ontwikkelingen in de economie nauwlettend te volgen.
Werkgelegenheid en werkloosheid
- Het scheppen van werkgelegenheid die past bij de behoeften van de beroepsbevolking dient te worden bevorderd. Zo wordt woon-werkverkeer teruggedrongen en het beroep op bijstand verminderd. Gerichte bedrijfsacquisitie en regionale samenwerking maken dit gemakkelijker.
- Prioriteit wordt gegeven aan een goede kennisinfrastructuur (o.a. onderzoeks- en onderwijsinstellingen; probeer die beroepsopleidingen binnen de regio binnen te halen die van belang zijn voor de aanwezige bedrijvigheid).
- De gemeente bevordert de aanleg van een open glasvezelnetwerk voor particulieren en bedrijven in Stichtse Vecht.
- Laat de gemeente bevorderen dat bedrijven stageplaatsen aanbieden aan hen die moeilijk een plaats kunnen vinden op de arbeidsmarkt en laat de gemeente daarbij zelf het goede voorbeeld geven.
- Werk in de prostitutie, in gokhallen en coffeeshops is voor werkzoekenden geen 'passende arbeid' in de zin van de wet.
- Voor alleenstaande ouders met gezinsverantwoordelijkheid dient het opvoeden van kleine, nog niet schoolgaande kinderen als passend werk te worden beschouwd. Stimuleer in die situaties verdere scholing en het aanvaarden van een deeltijdbaan.
- De Wet Werk en Bijstand dient ruimhartig te worden uitgevoerd, zowel wat het inkomens- als het werkdeel betreft.
- De Sociale werkvoorziening dient niet alleen te worden ingericht als leerwerkbedrijf voor mensen met een beperking, zoals SW-geïndiceerden, maar ook voor anderen met een beperking zoals Wajong, WIA, WAO e.d. Stimuleer doorstroming vanuit de WWB naar sociale werkvoorziening en beschermde banen. Ook AWBZ-instellingen worden ingeschakeld voor toeleiding tot de arbeidsmarkt van deze doelgroep.
Bloeiende dorpscentra
- De ChristenUnie-SGP is voorstander van een terughoudend beleid met betrekking tot het vestigen van winkelcentra in het buitengebied (‘weidewinkels‘) om een levensvatbare middenstand overeind te houden (dit kan o.a. via het instrument van de ruimtelijke ordening).
- De ChristenUnie-SGP wil zowel om principiële als maatschappelijke redenen de zondagsopenstelling van winkels tegengaan (inclusief avondopenstelling van supermarkten op zondag). Dit om ruimte te geven aan het beleven van het geloof, een ongestoorde kerkgang en het collectieve rustmoment (tijd voor relaties). Dit voorkomt tevens een verslechtering van de concurrentiepositie voor de kleine winkelier/ondernemer en de leefbaarheid in de kernen.
- Voor de bevoorrading van winkels in de centra dienen ruime venstertijden te worden gehanteerd. Hinder voor het winkelend publiek of de aanwonenden moeten tegen dit belang worden afgewogen.
- In het kader van de leefbaarheid in de dorpscentra zal het wonen in leegstaande woningen boven winkels worden bevorderd, dit biedt tevens mogelijkheden voor de huisvesting van starters.
Vestigingsbeleid en detailhandelsbeleid
- Weeg bij (het subsidiëren van) bedrijfsvestigingen duurzaamheid als factor zwaar mee.
- Zorg ten behoeve van ondernemers voor één loket waar men met alle (aan)vragen terecht kan.
- Streef in kleine kernen een combinatie na van functies (detailhandel, bibliotheek, bank etc.).
- Voer een zodanig ruimtelijk beleid dat er steeds een toereikend en gevarieerd aanbod van bedrijfsterreinen beschikbaar is. Maak regionale afspraken als landschappelijke- of andere ruimtelijke overwegingen zich daar tegen verzetten.
- Ontsluit bedrijventerreinen optimaal voor openbaar vervoer en fietsverkeer.
- Richt bedrijfsterreinen duurzaam in. Bij voorkeur functioneren zij klimaatneutraal.
- Verleen voorrang aan het revitaliseren van bestaande bedrijfsterreinen boven het aanleggen van nieuwe.
- Stimuleer samenwerking tussen gemeenten bij de aanleg van grootschalige bedrijfsterreinen.
- Gun landbouwbedrijven ruimhartig mogelijkheden nevenactiviteiten uit te voeren voor zover deze niet ten koste gaan van de kwaliteit van het buitengebied. Zij dienen ook de ruimte te krijgen voor een moderne bedrijfsvoering door perceelsvergroting als deze een bijdrage levert aan de verduurzaming van de bedrijfstak.
Recreatie en toerisme
- Stimuleer in het bijzonder kleinschalige verblijfsrecreatie vanwege het gunstige werkgelegenheidseffect.
- Ontsluit toeristische trekpleisters goed met openbaar vervoer en fietspaden.
- Realiseer aan de randen van de kernen voldoende uitloopgebied met een recreatieve functie.
- Stimuleer de aanleg van een fietspadennetwerk, evenals de aanleg van wandelpaden. Blaas waar mogelijk de zogenoemde kerk- of klompenpaden weer (nieuw) leven in.
- Creëer een kanonetwerk met aanlegplaatsen op natuurlijke punten.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
4. Een bloeiende samenleving
Inwoners zijn er in vele soorten en maten. Van jong tot oud. Van deelnemer aan een sportactiviteit tot bezoeker aan een monument. Van een kind dat de basisschool bezoekt tot een oudere die gebruik maakt van huishoudelijke hulp. De ChristenUnie-SGP zal zich vooral inzetten voor gemeentelijke voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de kwetsbaren in onze samenleving en hen hiermee een goede en herkenbare plaats in de maatschappij geven. De ChristenUnie-SGP wil zich ook sterk maken voor herkenbare en toegankelijke instellingen en voorzieningen voor de burger en dus kritisch kijken naar schaalvergrotingen. Over de toenemende bureaucratisering maakt de ChristenUnie-SGP zich zorgen.
De samenleving is naar de mening van de ChristenUnie-SGP gebaat bij aandacht voor het gezamenlijke, voor wat ons bindt. Wij willen vanuit de Bijbelse opdracht graag meewerken aan een samenleving waarin we ‘omzien naar elkaar’. De ChristenUnie-SGP is van mening dat er in een ‘samenleving met samenbinding’ moet worden geïnvesteerd. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt naar onze mening mogelijkheden om met elkaar aan deze noodzakelijke ‘sociale cohesie’ te werken.
Het verenigingsleven, buurtwerk, jongerenwerk e.d. moet worden gestimuleerd. Belangrijke samenbindende voorzieningen als kinderboerderijen, volkstuinen en buurtwinkels verdienen te worden beschermd.
Voor het welzijn zijn zowel fundamentele vrijheden (vrijheid van godsdienst, meningsuiting, vereniging en onderwijs), als ook erkenning van de betekenis van waarden en normen nodig. ChristenUnie-SGP ontleent deze uit de Bijbel en met name de universele wet van de tien geboden. Hierdoor laten wij ons leiden bij het raadswerk. Geen vrijheid zonder gebondenheid. Geen democratie en rechtstaat zonder vrijheid van godsdienst en vereniging. Geen vrijheid van meningsuiting zonder wederzijdse erkenning van menselijke waardigheid. Geen bestendige vrijheid van onderwijs zonder zorg voor kwaliteit.
Tot slot is het ook belangrijk om, binnen de grenzen van de overheidstaak, processen van isolatie, polarisatie en radicalisering tegen te gaan, Dit kan door mensen die dreigen af te glijden of zich af te keren van de Nederlandse samenleving en democratische rechtsorde hier (opnieuw) bij te betrekken. Daarbij dient vooral gedacht te worden aan scholing, stages en werk. Preventie, signalering en interventie zijn primair zaken van het lokale bestuur. Zij moeten samen met professionals als wijkagenten, jeugdwerkers en leraren worden uitgevoerd en worden ingebed in het lokale beleid op het terrein van veiligheid, integratie, werk, jeugd e.d.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
4.1 Jeugd, gezin en onderwijs
Trends en ontwikkelingen
Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, maar het gezin staat er de laatste jaren in toenemende mate alleen voor. Er zijn gaten ontstaan in de pedagogische infrastructuur. Familie, buurt, kerk en andere elementen van de traditionele leefomgeving spelen een steeds kleiner wordende rol en zijn niet langer vanzelfsprekende opvoedingspartners van de ouders. De Centra voor Jeugd en Gezin gaan ouders en kinderen ondersteunen bij het opvoeden en opgroeien. Door de komst van Centra voor Jeugd en Gezin heeft de gemeente een belangrijk middel in huis om werk te maken van preventie en om de zorglijnen kort te houden en adequaat op te treden bij ontsporingen tijdens de opvoeding van de jeugd.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Het gezin is de natuurlijke omgeving voor kinderen. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Maar niet alleen het gezin moet een gezonde omgeving vormen. Hetzelfde geldt voor de maatschappelijke omgeving waarin kinderen opgroeien en gezinnen functioneren, het sociale netwerk. De ChristenUnie-SGP wil zich inzetten voor het versterken van de kringen rond gezinnen. We vinden relaties belangrijk, relaties waarbinnen waarden en normen worden gedeeld.
Door een rijk aanbod van opleiding, cultuur en sport kunnen jongeren de vaardigheden en de kennis opdoen die zij nodig hebben in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Scholen moeten alle ruimte krijgen om zich te kunnen richten op hun kerntaak: het geven van goed onderwijs. Opvoeding is primair een verantwoordelijkheid van de ouders. Scholen of andere instellingen zijn aanvullend. Het is belangrijk dat kinderen onderwijs aangeboden krijgen op hun niveau en dat ze een diploma kunnen halen. Het onderwijs dient alle wettelijke mogelijkheden te benutten om spijbelen en schooluitval tegen te gaan. Ouders (en vooral ook de jongeren) moeten ervan worden doordrongen dat schooluitval veel minder kansen in de samenleving biedt door het ontbreken van startkwalificaties. Lokale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven moet resulteren in een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is vooral voor achterstandskinderen van groot belang. Een goede aansluiting van dit taalonderwijs met het vroegschoolse onderwijs (groep 1 en 2 van het primair onderwijs) is ook van belang. Goede afspraken hierover met het onderwijs vormen een vereiste.
Verder kan een gemeente actief de ‘doelgroepkinderen’ voor dit VVE beleid opzoeken. Dat kan op consultatiebureaus (actief stimuleringsbeleid om ouders aan te moedigen hun kind naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te brengen die VVE aanbiedt), maar ook door afspraken te maken met aanbieders van kinderopvang om VVE daar aan te bieden als er kinderen zijn die dit nodig hebben. Het Rijk stelt hiervoor geld ter beschikking aan gemeenten.
De problematiek van alcohol- en drugsgebruik, vernielingen en overlast vraagt een integrale aanpak vanuit zorg en repressie. De ChristenUnie-SGP ziet jongeren graag gezond opgroeien en zal daarom initiatieven die gezond gedrag stimuleren steunen. Gok-, game-, drugs- en drankverslaving bij jongeren willen we tegengaan. Eenzaamheid onder jongeren is één van de oorzaken van de vlucht naar verslaving. ChristenUnie-SGP wil deze vereenzaming aanpakken door het verstevigen van het netwerk rond jongeren.
Jongeren hebben ruimte nodig, de ChristenUnie-SGP wil ze die ruimte bieden en daarbij voorzieningen voor de jeugd realiseren. De woonomgeving moet voor jongeren een positieve uitstraling hebben. We pleiten voor gezinsvriendelijke veilige wijken, waar ruimte is om te spelen en te sporten en om elkaar te ontmoeten.
De ChristenUnie-SGP wil dat in de zorgketen de regierol, op het inzetten van interventies van verschillende instanties, bij de wethouder komt te liggen. Het jeugdbeleid vraagt om visionaire en inhoudelijke regie en niet alleen stroomlijnen van processen. Vooral de beleidsterreinen onderwijs, veiligheid, volksgezondheid en zorg moeten onderling worden afgestemd om te komen tot een succesvol jeugdbeleid.
Concrete uitwerking
- Stichtse Vecht wordt 'gezinsvriendelijk’ (het gemeentelijk beleid is gericht op veilige wijken, op ondersteuning van ouders en op het integraal aanpakken van problemen op gezinsniveau).
- Er wordt een aparte portefeuille ‘jeugd en gezin’ gevormd die bij één wethouder wordt ondergebracht (en een apart programma jeugd en gezin in de begroting).
- De bibliotheken beschikken over voldoende computers met gefilterde (vooral pornovrij) Internet aansluitingen.
- Er worden ontmoetingsplaatsen voor ouders in wijken gecreëerd.
- Het gesprek over opvoeden wordt op een positieve manier bevorderd.
- In 2011 is er in elk van de drie hoofdkernen een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Hier wordt ondermeer advies gegeven over eenvoudige opvoedkundige vragen en wordt verwezen bij meer complexe vraagstukken.
- Het jeugdzorgbeleid wordt gekenmerkt door een goede afstemming tussen betrokken partijen waardoor het kind de zorg krijgt waar het recht op heeft (CJG, Verwijsindex, sluitende aanpak, zorgcoördinatie).
- Handhaving van de kwaliteit van en het toezicht op centra voor kinderopvang en buitenschoolse opvang heeft prioriteit.
- Er vindt de nodige afstemming plaats tussen peuterspeelzalen/kinderopvang en het basisonderwijs.
- In de gemeente zijn er toereikende voorzieningen voor de wat oudere jeugd.
- De gemeente voert een actief beleid om de overlast van hangjongeren tegen te gaan.
- De samenwerking tussen sportverenigingen, cultuurinstellingen en scholen m.b.t. naschoolse opvang wordt geïntensiveerd.
- Kinder-, sport- en speelplaatsen worden drugs/blowvrij (door aanpassing van de APV).
- Introduceer sociale samenhang als uitgangspunt bij bestemmingsplannen, uitbreidings-, inbreidingsplannen, e.d.
- Ouders worden actief benaderd door middel van huisbezoeken door de leerplichtambtenaren om zo schooluitval tegen te gaan.
- Er vindt afstemming plaats met de zogenaamde Zorg Advies Teams (ZAT’s) in het onderwijs. De leerplichtambtenaren zijn actief in deze ZAT’s. Dit is van groot belang om er op tijd bij te zijn en om door te kunnen schakelen naar partners binnen het CJG.
- Hulpaanbod voor preventie van echtscheidingen (via huwelijks- of relatiecursussen) en bij en na een echtscheiding, vooral gericht op (emotionele) problemen bij kinderen en co-ouderschap.
- Bedrijven worden gestimuleerd om leerwerkplekken te creëren.
- Bij maatschappelijke stages wordt een deel van het door de instellingen ontvangen budget gereserveerd voor het begeleiden van de stagelopers.
- Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (prestatieveld 2) hebben gemeenten de opdracht gekregen preventieve ondersteuning te bieden aan jeugdigen en hun ouders bij het opgroeien en opvoeden. Er wordt gezorgd voor een goede afstemming en aansluiting tussen de WMO, de CJG, het jongerenwerk, scouting, het onderwijs, politie, e.d.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
4.2 Zorg, welzijn en sociale zaken
Trends en ontwikkelingen
Binnen de zorg merken we de gevolgen van het ‘marktdenken’. Deze zijn lang niet altijd positief. Ontwikkelingen als gevolg van het groeiend aantal ouderen (‘verzilvering’) zullen ook de komende jaren actueel zijn. Ook de gevolgen van ongezonde levensstijlen en verslavingen zullen merkbaar zijn. Op dit moment verkeert de wereld in een economische malaise. Een toenemende werkloosheid, het voorkomen dat een jonge generatie ‘verloren’ gaat en omgaan met een ruime arbeidsmarkt zijn uitdagingen waarmee de sector ‘sociale zaken’ te maken krijgt. Daarnaast hebben we te maken met een groei in het aantal sociale regelingen waardoor de toegankelijkheid er voor de burger niet eenvoudiger op wordt. Ook de grotere vraag naar vrijwilligers en de toename van de alleenstaanden stelt ons de komende jaren voor de nodige uitdagingen.
De visie van de ChristenUnie-SGP
De ChristenUnie-SGP vindt het belangrijk dat er vanuit de overheid aandacht is voor de kwetsbaren in onze samenleving. De Bijbel leert oog te hebben voor de zwakken in de samenleving. Bij het inzetten van marktwerking moet steeds de positie en het belang van de zorgvrager centraal staan. Deze aandacht dient er ook te zijn wanneer schaalvergroting van instellingen wordt overwogen. De ChristenUnie-SGP zal zich steeds weer sterk maken voor de positie van chronisch zieken.
De overheid dient nadrukkelijk een rol te blijven vervullen waar het gaat om zorg voor onze burgers en inkomensondersteunende maatregelen voor mensen die niet kunnen werken.
Van groot belang is dat er een actief en uitnodigend beleid is waardoor mensen via een werksituatie aan de slag kunnen. Het streven moet zijn dat iedereen mee doet. Maar hier geldt opnieuw dat waar het particulier initiatief ontbreekt of tekort schiet, de overheid in de sfeer van financiële vergoeding voor een goed, bekend en toegankelijk vangnet zorgt. Toch wil de ChristenUnie-SGP meer doen. Belemmeringen om te participeren in de samenleving moeten zoveel mogelijk worden weggenomen. Kwetsbare burgers moeten in staat worden gesteld hun eigen levenspatroon vorm te geven.
Na de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is nog duidelijker geworden dat sterk georganiseerd vrijwilligerswerk noodzakelijk is. Tenslotte zijn ook die burgers kwetsbaar die als gevolg van hun verslaving aan de zelfkant van onze samenleving terecht dreigen te komen of zijn gekomen. Op dit onderdeel mogen we geen berustende houding innemen. We moeten voor een goede opvang zorgen en nog veel meer investeren in preventie om verslavingsproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen.
Voor de ChristenUnie-SGP geldt het gezin als hoeksteen van de samenleving. Daarnaast moeten we ook aandacht hebben voor de sterk groeiende groep alleenstaanden.
Sport speelt in onze huidige samenleving een belangrijke rol. Veel mensen genieten van het beoefenen van een sport of het kijken er naar. De ChristenUnie-SGP ziet voor de gemeente vooral een faciliterende rol weggelegd. Daarnaast kan sport een gunstige invloed hebben op het terrein van gezondheid, integratie, bevorderen gemeenschapszin, e.d. Voor het faciliteren van professionele sportbeoefening ziet de ChristenUnie-SGP geen bijdrage weggelegd voor de lokale overheid.
Cultuur manifesteert zich op tal van manieren in onze samenleving. Kunst, musea, muziek, e.d. zijn in onze samenleving niet weg te denken. Bovendien zijn we trots op het culturele erfgoed in de vorm van gebouwen, stadsgezichten en waardevolle landschappen. Cultuur is van groot belang voor samenhang in de gemeente. Bibliotheken en buurthuizen (verenigingsleven!) moeten worden gestimuleerd en beschermd. De ChristenUnie-SGP is van mening dat de overheid in de voorwaardenscheppende sfeer een taak heeft. Telkens dient kritisch de vraag gesteld te worden of een gemeente ook professionele cultuur (in gebouw en accommodatie) moet ondersteunen.
Concrete uitwerking
- Al het bestaande beleid en regelgeving wordt ’in de etalage’ gezet alvorens een initiatief tot vernieuwing wordt genomen. Het niet-gebruik van regelingen door burgers ligt nog veel te hoog. Door een actief beleid wordt dit bestreden.
- Faciliteer en betrek buren bij hulpsituaties, zodat de kosten niet in alle gevallen op de beroepskrachten van de WMO (gemeenten) afgewenteld worden bij bezoek aan ziekenhuis, boodschappen doen, tandarts, etc.
- Indien de evaluatie van het project buurtbemiddeling in Maarssen in 2012 positief uitvalt, dan wordt buurtbemiddeling ingevoerd in Stichtse Vecht.
- De vrijwilligers vacaturebank wordt verder geprofessionaliseerd.
- De gemeente verbetert de opvang en begeleiding van asielzoekers en vluchtelingen en faciliteert de hierbij betrokken vrijwilligers.
- De gemeente bevordert de vestiging van een hospice.
- Er wordt een huisartsenpost in Stichtse Vecht voor avond- en weekenddiensten gevestigd.
- Ontwikkel een attractief vestigingsbeleid voor de eerstelijnsgezondheidszorg (huis en tandartsen).
- Organiseer een ’wegwijsfunctie’ voor de burger naar (sociale)voorzieningen (actief informatieloket per gemeente).
- Alle informatie op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg wordt op één locatie geconcentreerd. Daarnaast wordt ervoor gezorgd dat deze informatie ook in de kernen gemakkelijk toegankelijk is door nevenvestigingen, spreekuren of langs elektronische weg (Teleweide).
- Inventariseer waar problemen zijn op sociaal gebied en/of met gezondheid en investeer in preventie.
- Er worden afspraken gemaakt met woningbouwcorporaties en energieleveranciers om betalingsachterstanden te signaleren en huisuitzetting te voorkomen.
- Bevorder voorlichting over (het voorkomen van) schulden, met speciale aandacht voor jongeren.
- Aanbieding van een cursus budgetbeheer als deel van de schuldhulpverlening.
- De regeling “Pc’s voor kinderen”, waarbij kinderen uit gezinnen levend van een minimuminkomen bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs een computer en Internetaansluiting ontvangen, wordt voortgezet.
- De gemeente verleent ondersteuning van initiatieven vanuit kerken of andere maatschappelijke organisaties die gericht zijn op de ondersteuning en hulp van mensen die dat nodig hebben zoals b.v. het Diaconaal steunpunt van de (gezamenlijke) Maarssense kerkgenootschappen.
- Ga na wat de oorzaak is waardoor burgers hun eigen “dagpad’’ (levenspatroon) niet kunnen invullen en maak gemeentelijk beleid waardoor de burger zijn eigen “dagpad” vorm kan geven.
- Zorg dat de uitvoering van beleid aan organisaties toegekend wordt op basis van kwaliteit.
- Ontwikkel een actief en verantwoord participatiebeleid.
- Investeer in een breed ouderenbeleid, waar de ouderen ook zelf actief bij betrokken worden. Het instellen van een seniorenraad verdient aanbeveling.
- De gemeente zorgt dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de voorlichting voor senioren.
- Ontwikkel beleid voor de groeiende groep alleenstaanden.
- Stimuleer een ruim aanbod van plaatsen voor begeleid wonen. Medeburgers die om welke reden dan ook niet in staat zijn om (tijdelijk) zelfstandig te wonen, moet een vorm van begeleid wonen worden aangeboden.
- De gemeente bevordert de vestiging van woonzorgzones, met name in Loenen.
- Stimuleer waar nodig samenwerking tussen sportclubs van verschillende sporten, om zo een afwisselend aanbod te creëren en meer faciliteiten te bieden én de activiteiten voor een ieder bereikbaar te maken. Maak beleid waarmee de integratie van diverse bevolkingsgroepen wordt bevorderd. De gemeente kan hierin een stimulerende rol vervullen.
- Stel onder voorwaarden openbare gebouwen, zoals bibliotheken open voor kunstenaars.
- Stimuleer de amateurkunst en betrek culturele minderheden bij bestaande activiteiten.
- Formuleer criteria voor het voorkomen van niet te tolereren geweld, discriminatie, godslastering en onzedelijkheid.
Terug naar begin of dit hoofdstuk
4.3 Sociale samenhang
Trends en ontwikkelingen
Zowel in steden als op het platteland staat de sociale samenhang onder druk. Op het platteland spelen vooral factoren als bevolkingskrimp, vergrijzing en de vicieuze cirkel van afnemende koopkrachtbinding en afnemend voorzieningenaanbod een rol. In algemene zin vragen de toename van het aantal éénpersoonshuishoudens en meer eenzaamheid om aandacht van de overheid.
Het in gang gezette proces van individualisering heeft de noodzakelijke sociale cohesie in onze samenleving onder druk gezet. Voeg daarbij ontwikkelingen zoals tolerantievermindering, afname van sociale verantwoordelijkheid en betrokkenheid, dan is duidelijk waaraan ook de lokale overheid de komende jaren aandacht moet besteden.
De visie van de ChristenUnie-SGP
Bewogenheid is een belangrijke drijfveer om als overheid te investeren in onze samenleving. De Bijbel houdt een spiegel voor van hoe het een samenleving vergaat waaruit het onderlinge medeleven en dienstbetoon geweken zijn. Omzien naar onze naaste is dus geen luxe, en blijft daarom een speerpunt waar het gaat om het samenleven in dorp, wijk of kern. In kleine kernen is de sociale cohesie een zeer belangrijk element van de leefbaarheid in die kernen.
De ChristenUnie-SGP is van mening dat het gemeentebeleid invulling moet geven aan een duurzame samenleving. Te veel wordt een standpunt van een groepering verheven tot een tegenstelling die er naar onze mening niet moet zijn. Zonder onze eigen principes geweld aan te doen, moeten we respect opbrengen voor de ander.
We willen als politieke partij geen inbreuk maken op het persoonlijk leven van de burger. Wij vinden het wel belangrijk dat verschillende groepen met elkaar in gesprek komen. Sociale cohesie ontstaat voor ons pas als er sprake is van samenwerking tussen inwoners van een dorp of wijk, wanneer onderlinge solidariteit ervaren wordt en er sprake is van betrokkenheid op elkaar. Wij zijn van mening dat verenigingen en kerken al een belangrijke bijdrage aan sociale cohesie leveren. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning willen we als (één van de) instrumenten hiervoor gebruiken. De ChristenUnie-SGP constateert dat de meeste burgers mondig genoeg zijn zelf een ‘levenspad’ te volgen. Wij willen er vooral zijn voor die burgers die dat niet kunnen. Het gemeentelijk beleid moet er op gericht zijn op zoek te gaan naar kwetsbare medeburgers.
Concrete uitwerking
- Zorg voor minimaal één ontmoetingspunt (sociale supermarkt) per kern waar burgers kunnen kopen of iets kunnen regelen.
- Stimuleer activiteiten met het oog op de samenhang in een dorp/buurt waar het dorp in al zijn geledingen bij betrokken is dan wel zich betrokken voelt.
- Bepaal aan welke activiteiten binnen een wijk/kern behoefte bestaat en baseer daar de activiteiten op.
- Ga regelmatig na in hoeverre activiteiten wel of niet voldoen aan de wens/behoefte van de burger.
- Stimuleer een integraal beleid op het gebied van welzijn (club- en buurthuiswerk en maatschappelijk werk), integratie, jeugdzorg, veiligheid en sport in relatie tot de brede (buurt)school.
- De ChristenUnie-SGP-fractie is voorstander van een structurele samenwerking tussen kerken en maatschappelijke organisaties en zal een voortrekkersrol spelen in het bundelen van krachten om op die manier te komen tot overtuigende politieke acties en stellingnamen.
- Ga mogelijkheden na om meer jongeren deel te laten nemen aan verenigingsactiviteiten.
- Vraag meer aandacht voor voorzieningen voor minder mobiele burgers.
- Stimuleer buurtbeheer van speeltuinen, uitleenpunten voor sport en spel e.d.
Epiloog
In een samenleving met afnemende betrokkenheid, zoekt dit programma antwoord op de vraag hoe een Bijbels genormeerde christelijke politiek kan ‘verbinden’ en bij mensen het besef kan versterken erbij te horen, ertoe te doen, serieus te worden genomen. Zorgen voor en omzien naar elkaar is ten diepste niet anders dan wat de Bijbel noemt ´de vrede van de stad zoeken’. Samenvattend geldt voor de christelijke politiek God lief te hebben boven alles en de naaste als uzelf. Vanuit deze motivatie willen wij bijdragen aan vergroting van de maatschappelijke participatie.
Terug naar begin of dit hoofdstuk